Overweging zondag 25 april 2021 door Monique Derks

Zondag van de Goede Herder (B), vierde zondag van Pasen,
25 april 2021
Monique Derks


Overweging

Struinend door de heidevelden kun je in Nederland een schaapskudde zien. Ook in Amersfoort kun je een schaapskudde met herder en honden tegenkomen. De herder let op zijn schapen, bijgestaan door de honden die op commando de afgedwaalde schapen weer bij de kudde terugbrengen. De herder heeft oog voor zijn schapen en is zorgzaam voor zijn dieren. Vandaag hebben we gehoord het verhaal van Jezus die zichzelf de benaming geeft van goede herder. Hij waakt en zorgt voor zijn kudde: de mensen. De herder en de schapen, het is als de zorgverlener en de zorgvrager. Soms zijn we de een en dan weer de ander. Zelf heb ik steun, aandacht nodig. Net zoals een schaap kan ik niet op mijn eentje leven. Ik heb behoefte aan mensen, die zien wat ik nodig heb, die aandacht en zorg voor mij hebben. Maar ik kan ook steun geven zoals een herder doet. Bijvoorbeeld bied ik een luisterend oor als iemand op verhaal wil komen. Voor een buurvrouw, die pas geopereerd is aan haar heup, zet ik de kliko aan de straat. Zo kan ik herder zijn. Het is van groot belang dat we zorgzaam zijn voor elkaar.

 

Het is duidelijk dat het in Jezus’ woorden niet om een echte kudde gaat. Het verhaal over de herder en de schapen gebruikt hij in overdrachtelijke zin. De kudde als metafoor is eeuwenlang een favoriete voorstelling geweest van de verhouding tussen Jezus en zijn volgelingen. Hij is dan ook veelvuldig uitgebeeld als herder met een lam over zijn schouders. Zoals hij afgebeeld staat op uw liturgieboekje en we hebben ook een afbeelding achter in de kerk, boven op de galerij hangen. Het beeld wordt doorgetrokken: gelovigen werden gezien en aangesproken als een kudde die lijdzaam haar herder achterna gaat en dient te volgen: wie afwijkt van de kudde, loopt gevaar, niet zozeer voor een wolf, maar voor het kwaad van verleiding en verlokking dat overal op de loer ligt.
Het leven zelf dat aan ons voorbijtrekt, vormt de grootste bedreiging, want hoe luid we ook roepen dat geluk en succes maakbaar zijn, het leven weet ons telkens weer -onaangenaam en onverwacht- te choqueren. Voorbeelden te over: denken dat je voor een routinecontrole naar je arts gaat, om in een molen van onderzoek terecht te komen, die uiteindelijk een bepaald zorgwekkende uitkomst van alle kweken te zien geeft -je lichaam als een tijdbom. Je baan kwijtraken in coronatijd, je inkomen zien verdampen omdat je onderneming vanwege overheidsmaatregelen al maanden gesloten moet zijn, je niet geliefd voelen en aan de kant gezet zijn door je familie en vrienden vanwege je geaardheid. Een lijst die zonder moeite aangevuld kan worden. Ieder mens kent dit soort gevaar uit eigen leven. En dan komt het erop aan: hoe blijf je staande? Hoe krijg je hulp en steun?

 

Bidden kan helpen. Bidden om kracht, om uithoudingsvermogen, om licht en steun. Dit wordt concreet in een hand op je schouder, in een luisterend oor, een mailtje, een telefoontje, een bloemetje. Een blijk van ‘ik heb je gezien’, ‘ook al sta ik met lege handen, ik laat je niet in de steek’. ‘Ik ben er’.
‘Ik ben er’ -is dat niet Gods eigen naam? Is dat niet waar het beeld van de goede herder eigenlijk voor staat? Ik ben er, wat er ook gebeurt, wat je ook bedreigt. Ik sta naast je, achter je , voor je. Ik zal je vasthouden, dragen.
‘Ik ben er’ -als uitdaging en opdracht voor ieder mens die Gods naam op de lippen en in zijn hart draagt.

Goede herders komen nooit thuis zonder vuile handen. En hun kleding ruikt indringend naar schapen. Overal waar zij gaan dragen ze de zorg voor hun kudde met zich mee. Ze bekommeren zich om hun schapen.
Christenen, mensen die zich door Jezus geroepen weten, zijn evenzeer herkenbaar aan zo’n indringende geur: die van naastenliefde, van zorg voor elkaar, van oog en oor hebben voor noden, angsten, alledaagse zorgen.
Goede herders en herderinnen maken er hun dagelijks werk van om Gods naam handen en voeten te geven met het beeld van Jezus als goede herder voor ogen. Hij vormt hun, ons belangrijkste inspiratie. Zo’n herder en herderin willen zijn voor mensen, keuzes niet uit de weg gaan, niet schromen je handen vuil te maken omwille van het geluk van anderen.

Petrus spreekt in de eerste lezing beeldend over Jezus. Dat hij gekruisigd is, is te vergelijken met het weggooien van een steen. Dat hij verrezen is, is te vergelijken met die weggegooide steen, die gekozen werd tot hoeksteen, een steen die steun en redding brengt. Zoals een hoeksteen een gebouw ondersteunt, een herder om zijn schapen bezorgd is, is God vol goedheid. Dit wetende hebben we het Evangelie van Jezus als de Goede Herder gelezen vandaag. De evangelist Johannes schrijft dat Jezus de goede herder is, een herder die zijn schapen niet in de steek laat. Hij heeft juist een groot hart voor zijn schapen, voor ons. Ons wordt elke keer weer voorgehouden dat wij allen geroepen zijn om herder of herderin te zijn. Al jaren hebben we in onze geloofsgemeenschap geen eigen pastor. Er zijn nu twee pastors voor vele gemeenschappen. Dat maakt dat wij zelf pastorale zorg moeten geven aan elkaar. We moeten meer dan vroeger herder voor elkaar zijn. Het is nodig dat we mensen worden, zijn met een grondhouding van respect, van ‘ik zie jou, van ik voel jou aan’. Het gaat om een liefdevol wederzijds kennen. Om zo voor elkaar herder te zijn.... Daartoe worden we uitgenodigd en geroepen.

 

Moge het zo zijn.

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.